10. Tactile sentence deconstruction
Dit is een oefening die gericht is op woordvolgorde.
Wanneer gebruiken: Als je wilt oefenen met woordvolgorde.
Welke studenten: Alle studenten, behalve als ze nog niet geleerd hebben over de basiszin. Deze oefening is niveauonafhankelijk, omdat je hem kunt aanpassen aan het niveau van je student.
Welke context: Meer grammaticale lesvorm, dit is een oefening voor in de kern van je les.
Er is een printbare variant en een online variant. De online variant staat in de ‘lesson materials’ map, zodat studenten er ook zelf bij kunnen. De printbare variant staat in de ‘tutor materials’ map.
In deze opdracht moeten zinnen worden gemaakt door kaartjes te schuiven.
Basisprincipes:
Elk kaartje heeft een Nederlands woord, een Engelse vertaling eronder en icoontjes bovenin.
De icoontjes geven aan op welke plekken in de zin dit woord allemaal kan staan. Loop deze met de student eerst kort door.
Kaartjes met ‘…’ kunnen in combinatie met andere kaartjes worden gebruikt. Let op, de kaartjes behoren dan samen tot het zinsonderdeel van het kaartje met de ‘…’. Bijvoorbeeld: ‘met …’ (STATE) + ‘(de) studenten’ (OBJECT) = ‘met de studenten’, wat telt als een STATE in plaats van een OBJECT.
Het doel is om zinnen te maken die correct zijn, door gebruik te maken van de icoontjes. Het is natuurlijk de bedoeling dat zinnen niet alleen kloppen qua volgorde van de onderdelen, maar ook een logische betekenis hebben. Bijvoorbeeld: ‘de studenten’ (SUBJECT) + ‘willen’ (FINITE VERB) + ‘vinden’ (OTHER VERBS) mag qua volgorde van de onderdelen, maar heeft geen logische betekenis.
