Reading assignment: Traveling

Let’s use the grammar, vocabulary, and phrases you learned so far. This assignment comes from one of our practice exams for A1. 

You’re going to read a story about Jordy.

Read the text and answer the questions below.

Met de trein

Jordy gaat met de trein naar zijn oma. Hij is vrolijk. Hij loopt naar het treinstation. Daar koopt hij een kaartje bij de automaat. Hij wil weten hoe laat de trein gaat. Hij kijkt op het bord. De trein gaat om half 2.

Jordy heeft geluk, want de trein staat al op het perron. Jordy stapt in en zoekt een plekje. De trein vertrekt op tijd. Onderweg kijkt Jordy uit het raam. Hij geniet van het uitzicht.

Na een tijdje arriveert hij op het station in de stad van zijn oma. Hij stapt uit en loopt naar haar huis. Oma is blij hem te zien. Ze drinken samen een kopje thee.