3.2 πŸ”Ž Exploration

πŸ‡³πŸ‡± Verkennen

πŸ‡¬πŸ‡§

Tellen is een van de eerste dingen die je in je moedertaal leert.

Misschien kun je ook al een beetje tellen in het Nederlands?

  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio
  • ThePlus Audio

πŸ‡¬πŸ‡§

Let op: je schrijft het lidwoord ‘een’ en het getal ‘een’ (1) hetzelfde, maar de uitspraak is anders. Het getal 1 kun je ook schrijven als ‘één’, dan kun je het alleen op die manier uitspreken.

Luister maar:

eenΒ lidwoord

  • ThePlus Audio

één getal

  • ThePlus Audio

πŸ‡¬πŸ‡§

De getallen 1-10 lijken in sommige talen veel op elkaar. Kijk maar naar de tabel.

(De rode woorden lijken niet op de Nederlandse woorden.)

Scroll naar rechts voor meerΒ 

πŸ‡¬πŸ‡§ Scroll right for moreΒ 

πŸ‡³πŸ‡± NL een twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien
πŸ‡©πŸ‡ͺ DU Eins Zwei Drei Vier FΓΌnf Sechs Sieben Acht Neun Zehn
πŸ‡¬πŸ‡§ EN one two three four five six seven eight nine ten
πŸ‡«πŸ‡· FR un deux trois quatre cinq six sept huit neuf dix
πŸ‡΅πŸ‡Ή PT um dois trΓͺs quatro cinco seis Sete oito nove dez
πŸ‡ͺπŸ‡Έ ES uno dos Tres cuatro cinco seis Siete ocho nueve diez
πŸ‡·πŸ‡Ί RU odin dve tri četyre pΓ’tΚΉ Ε‘estΚΉ semΚΉ vosemΚΉ devΓ’tΚΉ desΓ’tΚΉ
πŸ‡ΈπŸ‡¦ SA eka dvi tri datur paΓ±can αΉ£aαΉ£ sapta aαΉ£αΉ­a nava daΕ›a

πŸ‡¬πŸ‡§

Hoe tel je tot tien (10) in jouw taal?

πŸ‡¬πŸ‡§

De tekst gaat over Madelief. Madelief doet boodschappen.Β 

De Ontdekkingstekst heeft veel telwoorden. Ze zijn dikgedrukt.Β 

πŸ‡¬πŸ‡§

Kun je de getallen 1-10 herkennen in andere telwoorden?

Heb je een antwoord bedacht? Dan mag je door naar de volgende pagina.

Dutch text
πŸ‡³πŸ‡±
English text
πŸ‡¬πŸ‡§

β€œIk zoek nu appels.” Ze loopt naar de fruitafdeling. De appels zijn rood of groen. Ze pakt een plastic zakje. Ze vult het met vijf rode appels. Ze weegt het gevulde zakje. Het gewicht is zevenhonderdvijfenveertig gram. Het kost één euro en negenennegentig cent. Ze doet het gevulde zakje in haar mandje.

Ze kijkt op haar telefoon: Dertien uur en vijfenveertig minuten. De tijd is kwart voor twee. De tijd gaat snel. Ze kijkt op het lijstje.Β 

Het lijstje is klaar. Madelief moet nog avondeten. Ze wil niet koken. Ze loopt naar de diepvries. Ze ziet vierentwintig pizza’s. Madelief pakt een spinaziepizza.