🇬🇧
🇬🇧
Veel talen hebben vervoegingen voor de verleden tijd. Veel Germaanse talen gebruiken ongeveer dezelfde uitgang.
In het Engels krijgt de stam de uitgang -(e)d.
🇬🇧
In het Duits krijgt de stam de uitgang -(e)te.
🇬🇧
Het Deens heeft in de datid (verleden tijd) zelfs uitgangen met een ⟨t⟩ of een ⟨d⟩.
‘At ringe’ (bellen) wordt ‘ringede’ (belde) in de verleden tijd.
‘At hører’ (horen) wordt ‘hørte’ (hoorde) in de verleden tijd.
Niet alle talen vervoegen werkwoorden in de verleden tijd. In het Indonesisch wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen de tegenwoordige en de verleden tijd. Het is dezelfde vorm van het werkwoord.
Veel Niger-Congo talen, die in West-Afrika gesproken worden, hebben geen vervoeging voor de verleden tijd. In plaats daarvan gebruiken ze een voltooide vorm van een woord met de betekenis ‘eindigen’.
Veel van de Bantoetalen in deze taalfamilie hebben juist wel een verledentijdsvorm.
Hier staan vertalingen van de cognaatzin in de verleden tijd in het Duits, Engels, Frans, Spaans, Portugees en Russisch.
🇬🇧
Vergelijk deze ook eens met de zin in de tegenwoordige tijd.