π¬π§
π¬π§
Β Kun jij bedenken wat de tegenwoordige tijd is van deze werkwoorden?
bellen
willen
knuffelen
pakken
antwoordt
(hele ww: antwoorden)
zet
(hele ww: zetten)
schreeuwt
(hele ww: schreeuwen)
lacht
(hele ww: lachen)
knikt
(hele ww: knikken)
eindigt
(hele ww: eindigen)
focussen
verandert
(hele ww: veranderen)
pakt
(hele ww: pakken)
struikelde
(hele ww: struikelen)
kreunt
(hele ww: kreunen)
veegt
(hele ww: vegen)
grinnikt
(hele ww: grinniken)
kent
(hele ww: kennen)
zucht
(hele ww: zuchten)
vloekt
(hele ww: vloeken)
voorspellen
plaagt
(hele ww: plagen)
raakt
(hele ww: raken)
glimlacht
(hele ww: glimlachen)
uitleent
(hele ww: uitlenen)
stopt
(hele ww: stoppen)
noemt
(hele ww: noemen)
zetten
wensen
π¬π§
Wat is het verschil tussen de vormen in de tegenwoordige tijd en de verleden tijd?
π¬π§
Iets bedacht? Klik op de knop om verder te gaan.
π¬π§
Antwoord:
De werkwoorden hebben in de verleden tijd andere uitgangen.Β
Soms eindigen werkwoorden in de verleden tijd op: -de of -den.
Bijvoorbeeld: bellen β beldenΒ
Β
Soms eindigen werkwoorden in de verleden tijd op: -te of -ten.Β
Bijvoorbeeld: pakken β pakten