π¬π§
π¬π§
Je kunt verschillende woorden vervangen door onbepaald voornaamwoorden.Β
Laten we naar de eerste zin kijken:
Bart heeft zich opgegeven voor een hardloopwedstrijd.
π¬π§
We kunnen βBartβ vervangen door βiemandβ, want Bart is een persoon.
Dan krijgen we:
π¬π§
Nu weten we niet wie meedoet aan de wedstrijd, maar wel dat het een persoon is.Β
We kunnen ook βeen hardloopwedstrijdβ vervangen door βietsβ, want het is een ding.Β
Dan krijgen we:
π¬π§
Nu weten we niet wat Bart gaat doen.Β
We kunnen ze ook allebei vervangen.Β
Dan krijgen we:
π¬π§
Nu weten we alleen maar dat een persoon een ding gaat doen. Maar we weten niet wie of wat.Β
Onbepaalde voornaamwoorden laten zien dat we iets niet weten of dat het niet belangrijk is om de losse personen of dingen te noemen.