🇬🇧

We willen zinnen maken. We moeten weten wanneer we welk lidwoord gebruiken. 

We hebben twee (2) types lidwoorden. Dit is niet alleen in het Nederlands. 

Kijk naar de volgende Engelse zinnen. Die hebben alleen een ander lidwoord. Kun jij zien wat het verschil is in betekenis?

She draws an elephant.

generic elephant, not a specific one.

She draws the elephant

there is a specific elephant

🇬🇧

Dat was waarschijnlijk makkelijk. Het verschil tussen ‘de/het’ en ‘een’ is hetzelfde als het verschil tussen ‘the’ en ‘a’ in het Engels.

De lidwoorden ‘de’ en ‘het’ gebruik je om een specifiek persoon of ding aan te wijzen. We noemen dit bepaalde lidwoorden’

Het lidwoord ‘een’ gebruik je voor onbekende of aspecifieke personen. We noemen dit een onbepaald lidwoord’. 

Je kunt niet altijd zien of je ‘de/het’ of ‘een’ gebruikt. Maar het is belangrijk, want je praat niet per se over hetzelfde ding.

Kijk maar naar de voorbeelden:

🇳🇱 🇬🇧
aankruisen=to tick
aanvragen=to apply, to request
doorhalen, doorstrepen=to strike out
invullen=to fill in
noteren=to write down
spellen=to spell
🇳🇱 🇬🇧
aankruisen=to tick
aanvragen=to apply, to request
doorhalen, doorstrepen=to strike out
invullen=to fill in
noteren=to write down
spellen=to spell
🇳🇱 🇬🇧
aankruisen=to tick
aanvragen=to apply, to request
doorhalen, doorstrepen=to strike out
invullen=to fill in
noteren=to write down
spellen=to spell